Over duurzame veehouderij

  Home
  Projecten
  Successen
  Downloads
  Over duurzame veehouderij
  Nieuws
  Contact
  RSS



De veehouderij wordt steeds duurzamer. Er is vooruitgang op het gebied van milieu, dierenwelzijn en economie. Maar, dergelijke optimalisatie kent ook haar grenzen. Verbetering van het één gaat dan ten koste van het ander. Zo gaan dierenwelzijn en economie niet altijd hand in hand, of milieu en arbeidsomstandigheden. Minister Verburg gaf daarom al aan: er is een duurzaamheidssprong nodig, een omslag in denken en doen, om te komen tot een werkelijk integraal duurzame veehouderij. Staatssecretaris Bleker zet dit beleid voort.

Als het aan ons ligt komt die sprong er!

Sinds 2001 werken we aan het opstellen van her-ontwerpen van de veehouderij. Deze dienen als inspiratiebron voor eenieder die de sprong wil wagen.

We leggen hieronder onze werkwijze verder uit.

>> Wat is duurzaamheid?
>> Wat is systeeminnovatie?
>> Ontwerpen voor systeeminnovatie
>> Praktijkexperimenten
>> Meer lezen?

Wat is duurzaamheid?

Duurzaamheid is een lastig begrip, omdat het zeer divers wordt gebruikt. Wij gaan uit van het rapport Our Common Future dat in 1987 door de VN-commisie onder leiding van Mw Gro Harlem Brundtland is uitgebracht: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder het vermogen aan te tasten om te voorzien in de behoeften van volgende generaties

Een mooie omschrijving, maar moeilijk om concreet naar actie te vertalen. Wat concreter zou je kunnen zeggen: duurzame ontwikkeling is het inrichten van productie en consumptie op een zodanige manier dat er minder, of liefst geen, afwenteling plaatsvindt. Geen milieuvervuiling (= afwenteling op milieu), geen nadelen voor het dier (=afwenteling op dier), geen uitputting van natuurlijke hulpbronnen zoals bodems, ecosystemen en delfstoffen (= afwenteling op ecosystemen en volgende generaties) et cetera. Waarschijnlijk is het onmogelijk om helemaal geen afwenteling te hebben. Maar het kan wel veel beter dan nu. Maar hoe bereik je dat? Het veld van systeeminnovatie en transitiemanagement richt zich op deze vraag.

Wat is systeeminnovatie?

In de geïndustrialiseerde wereld zijn productiesystemen zo ingericht dat er gestreefd wordt naar efficiënte productie. Dit brengt ons welvaart. Maar het heeft ook veel negatieve effecten, met name over langere perioden en over grotere gebieden gezien. Nu zie je positieve effecten vrijwel direct (bijvoorbeeld goedkoop vlees), terwijl de negatieve effecten minder direct waarneembaar zijn. Inmiddels weten we wel beter. De opwarming van de aarde door uitstoot van broeikasgassen, de stijging van nitraatconcentraties in grondwater door overbemesting, het opraken van fosfaat meststoffen via kunstmest, de resistentie van ziekteverwekkers tegen antibiotica, de afname van het aantal soorten planten en dieren, de uitmergeling van gronden in de derde wereld en de wereldwijde honger zeggen genoeg: het moet dringend anders.

Systeeminnovatie is een discipline die bestudeert hoe de verandering van huidige (vaak onduurzame) productie en consumptie, naar meer duurzame praktijken vorm kan worden gegeven. De kern is dat deze verandering van vele actoren anders handelen vraagt en dat dit proces niet maakbaar is. Systeeminnovatie wordt gezien als een multifase, multilevel en multi-actor proces, dat is zich afspeelt over een langere periode.

Systeeminnovatie is een jonge wetenschap in ontwikkeling en nog sterk op zoek naar nieuwe theorie en best practices. Een aantal grote lijnen zijn wel te schetsen.

Een eerste lijn is dat wetenschap niet (alleen) bepaalt wat duurzaam is in een bepaalde situatie. Goede oplossingen verschillen per situatie, afhankelijk van hoe stakeholders er tegen aan kijken. Daarom worden ook zij bij het proces betrokken. Het gaat er dus niet om dat de wetenschap iets levert en dat de praktijk het overneemt als een soort van ‘blauwdruk’. Veeleer gaat het om een gezamenlijk proces van gericht zoeken en leren, waarbij het project fungeert als een springplank voor anderen om er gebruik van te maken om de gewenste sprongen richting duurzaamheid te maken.

De tweede lijn is te herkennen in de noodzaak voor drie soorten kennis: 1) die van de gewenste toekomst: wat is duurzaam en waar willen we al lerend naar toe? 2) die van het systeem dat we willen veranderen: hoe ziet het systeem eruit, welke onderdelen zijn er te onderscheiden en welke fouten zitten er in het systeem? 3) en die van management van verandering: hoe kunnen we het systeem veranderen op een manier en een richting die ons wenselijk lijkt?

In onze aanpak zijn deze domeinen erg met elkaar verweven. Vaak kiezen wij als systeem het veehouderijbedrijf zoals het ingebed is in de keten en sector (dit zijn alle stakeholders die een belang hebben bij de sector). Een uitdrukkelijke doelstelling is om de keten en de sector mee te laten leren voor en over verandering. Een systeemanalyse leert ons iets over fouten in het systeem en ingrepen die nodig zijn om deze op te lossen. Een ontwerp laat met goede onderbouwing zien hoe een duurzame veehouderij er uit zou kunnen zien. Praktijkexperimenten, ten slotte, zijn nodig om in de praktijk belemmeringen op te sporen en met stakeholders tot oplossingen te komen. 
 
Ontwerpen voor Systeeminnovatie

In het ontwerpen gaan we terug naar de basisbehoeften van actoren. We hebben het dan over het dier, de boer, de burger-consument en het milieu. Zeer uitvoerig wordt nagegaan hoe in eenieders basisbehoeften kan worden voorzien. In het ontwerpproces worden deze basisbehoeften zo slim mogelijk gecombineerd. Een proces waarbij onderzoekers steeds stakeholders bevragen en betrekken. Verder wordt gebruik gemaakt van wetenschappelijke kennis om ontwerpeisen verder te onderbouwen. In het uiteindelijke ontwerp zijn aldus de behoeften van dier, boer, burger-consument en milieu zo veel mogelijk verenigd. Het ontwerp vormt daarmee en beeld van een duurzame toekomst. Echter veel zaken zijn nog onzeker en moeten nog ontwikkeld worden, vandaar ook de noodzaak voor vervolg in praktijkexperimenten.

Praktijkexperimenten

Voor inpassing in de werkelijke wereld plaatsvindt is nog veel inzet, in termen van anders gaan denken en doen, nodig van vele partijen. Denk hierbij aan stallenbouwers, toeleverende en verwerkende industrie, ketenpartners en overheden. Deze nieuwe onderlinge afstemming is het beste te zien als een leerproces van de verschillende actoren, waarbij in verschillende reële situaties belemmeringen moeten worden opgeruimd en deeloplossingen dienen te worden aangepast totdat een landschap ontstaat van duurzame veehouderij.

Meer lezen?

  
Print deze pagina